De leerkracht controleert of de leerling met diabetes bij een tussendoortje de juiste hoeveelheid insuline spuit.
Door samen te overleggen is er wederzijds vertrouwen tussen de leerkrachten en de ouders.
We hebben regelmatig contact met de ouders van de leerling met diabetes over wat we precies moeten doen.


De leerkracht kijkt mee bij het controleren van de bloedsuiker en bij het insuline spuiten. Met het insulinedagboekje weten we altijd hoeveel insuline de leerling moet hebben.
Bij traktaties hebben de ouders onderling contact, zodat de hoeveelheid insuline daar op aangepast kan worden.
Door de klas goed te informeren vinden de leerlingen het normaal dat er een leerling met diabetes in de klas zit.
We hebben goed contact met de ouders en we kunnen ze altijd bellen met vragen over diabetes.
Het is belangrijk om informatie over diabetes te blijven herhalen bij de leerkrachten.
De mentor weet dat de leerling diabetes heeft en geeft dit door aan de vakdocenten. Daarnaast onderhoudt de mentor contact met de ouders en de leerling.

De leerlingen met diabetes mogen altijd de klas uit om te prikken. Ook mogen ze eten en drinken als dat nodig is.
Voorheen kwam iemand van de thuiszorg om te prikken en te spuiten. Tegenwoordig kan de leerling dat zelf.
Het is belangrijk dat aan de andere kinderen uitgelegd wordt wat diabetes precies is.
 

Realisatie website: Joomla!Partner - Joomla! content management specialisten - en insiteout.com