| Downloads die horen bij dit artikel: |
| Brief met afspraken en informatie over kinderen met diabetes / insulinepen |
| Brief met afspraken en informatie over kinderen met diabetes / insulinepomp |
| Voor alle downloads, klik hier |
Wanneer een kind met diabetes ziek is, kan de bloedglucoseregulatie verstoord raken door bijvoorbeeld een slechte eetlust, koorts, braken en/of diarree. Of er nu wel of niet gegeten wordt, in geval van ziekte moet je altijd insuline blijven toedienen. Bij koorts soms zelfs meer dan normaal. Bij braken en/of diarree verliest het lichaam koolhydraten en heb je in de regel minder insuline nodig. Bij ziekte kan dus je bloedglucose gaan schommelen en dreig je ontregeld te raken. Bij ziekte, braken, diarree en/of koorts dient er altijd contact opgenomen te worden met de ouders. Als een kind met diabetes ziek is, moeten ouders ervoor zorgen dat hun kind opgehaald wordt van de opvang.
Afhankelijk van de bekwaamheid en bevoegdheid van de begeleider moet de ouder binnen een uur op de opvang aankomen om de handelingen uit te kunnen voeren. Anders belt u 112 en/of het behandelend kinderdiabetesteam.
Richtlijnen ziekte en diabetes
In principe halen ouders van kinderen die ziek worden hen tijdens opvangtijd op. Bij kinderen met diabetes is dit ook het geval, maar wel is het belangrijk dat begeleiders hun leerling met diabetes zo goed mogelijk helpen totdat een ouder of verzorger op de opvang is.
|
ZIEK ZIJN MET BRAKEN EN DIARREE |
|
| Insulinepentherapie | Insulinepomptherapie |
| Controleer elke 2 uur de bloedglucose | Controleer elke 2 uur de bloedglucose |
| Spuit de halve hoeveelheid insuline van normaal wanneer er iets gegeten/gedronken wordt (bijv. 1 Eh/25-30 Kh i.p.v. 1 Eh/15 Kh) | Indien de bloedglucose < 3,5 mmol/L: volg richtlijn bij hypo; Na 30 minuten, wanneer de bloedglucose weer > 6,0 mmol/L: pomp weer laten lopen, indien mogelijk op 50% |
| Indien je moet bijbolussen, doe dit voorzichtig zoals bij lichamelijke activiteit | |
| Bolus de halve hoeveelheid insuline van normaal wanneer er iets gegeten/gedronken wordt (bijv. 1 Eh/25-30 Kh i.p.v. 1 Eh/15 Kh). | |
| Eh=eenheden Kh=koolhydraten |
|
Ziek en een hyper ( > 10,0 mmol/L) zonder braken en/of diarree
Vaak wordt een hyper veroorzaakt door ziekte, al dan niet gepaard gaande met koorts. De lever maakt extra veel glucose aan doordat de stresshormonen actief zijn. Ook al wordt er weinig gegeten, er komt toch een behoorlijke hoeveelheid glucose in het bloed. Bij koorts kan het bloedglucosegehalte zo hoog oplopen dat je meer insuline nodig hebt dan normaal.
|
HYPER ZONDER BRAKEN EN DIARREE Bij hoge bloedglucosewaarden door een tekort aan insuline, kan het lichaam gaan verzuren. Misselijkheid en braken kunnen daarvan een uiting zijn. Ook gaat het kind bij een hoge bloedglucosewaarde veel plassen. Hierdoor kan het gaan uitdrogen, zeker wanneer het kind door braken geen vocht binnenhoudt. |
|||
| Insulinepentherapie | Insulinepomptherapie | ||
| Controleer elke 2 uur de bloedglucose | Controleer elke 2 uur de bloedglucose | ||
|
|
||
Ziek en een hypo ( < 3,5 mmol/L) zonder braken en/of diarree
Een slechte eetlust komt vaak voor bij ziekte. Extra drinken met koolhydraten is een manier om hypo’s te voorkomen. Je kunt brood, aardappelen en dergelijke vervangen door andere, vloeibare koolhydraatbevattende voedingsmiddelen zoals pap, vla of gebonden soep. Eet verdeeld over de dag kleine porties.
| HYPO ( < 3,5 mmol/L) ZONDER BRAKEN EN/OF DIARREE | |
| Insulinepentherapie | Insulinepomptherapie |
| Controleer elke 2 uur de bloedglucose | Controleer elke 2 uur de bloedglucose |
| Neem zonodig ranja of dextrosetabletten of –poeder (volgens de voorschriften bij het kind) |
Neem zonodig ranja of dextrosetabletten of –poeder (de voorgeschreven hoeveelheid bij het kind) |
|
|
Stop tijdelijk de insulinepomp tot de bloedglucose > 6,0 mmol/L |
Bron: DAWN Youth Adviesraad













Diabetes en ziek zijn