Door samen te overleggen is er wederzijds vertrouwen tussen de leerkrachten en de ouders.
De leerkracht heeft sultana’s en dextro in de la van haar bureau. De leerling weet dit zelf te vinden als het nodig is.
Bij traktaties hebben de ouders onderling contact, zodat de hoeveelheid insuline daar op aangepast kan worden.
De leerkracht kijkt mee bij het controleren van de bloedsuiker en bij het insuline spuiten. Met het insulinedagboekje weten we altijd hoeveel insuline de leerling moet hebben.

Door de klas goed te informeren vinden de leerlingen het normaal dat er een leerling met diabetes in de klas zit.
Het is belangrijk om informatie over diabetes te blijven herhalen bij de leerkrachten.
De leerlingen met diabetes mogen altijd de klas uit om te prikken. Ook mogen ze eten en drinken als dat nodig is.

De mentor weet dat de leerling diabetes heeft en geeft dit door aan de vakdocenten. Daarnaast onderhoudt de mentor contact met de ouders en de leerling.

Het is belangrijk dat aan de andere kinderen uitgelegd wordt wat diabetes precies is.
We hebben regelmatig contact met de ouders van de leerling met diabetes over wat we precies moeten doen.
Voorheen kwam iemand van de thuiszorg om te prikken en te spuiten. Tegenwoordig kan de leerling dat zelf.
We hebben goed contact met de ouders en we kunnen ze altijd bellen met vragen over diabetes.
 
button-ouders
Kinderen 4-12 jaar
  GOED OM TE WETEN Verantwoordelijkheden ouders en verzorgers

Verantwoordelijkheden ouders en verzorgers

Kinderen met diabetes moeten 7 dagen per week, 365 dagen per jaar rekening met hun ziekte houden. Dus ook op school. Als ouder draagt u verantwoordelijkheid voor de zorg van uw kind: thuis, op school en tijdens de buitenschoolse opvang. Niet iedere opvang of school heeft al ervaring opgedaan met een kind met diabetes, dus goede uitleg over de begeleiding van uw kind is belangrijk. De meeste kinderen met diabetes op de basisschool vanaf ongeveer groep 4/5 weten zelf heel goed wat zij moeten doen om hun diabetes onder controle te houden. De jongere kinderen hebben vaak nog begeleiding nodig. Goede afspraken tussen u en de leerkracht zijn daarom belangrijk om uw kind met een gerust hart naar school te kunnen laten gaan. Ouders kunnen met behulp van het document Afspraken tussen ouders en leerkrachten en toegankelijke informatie over diabetes met de leerkracht afstemmen hoe hij/zij uw kind met diabetes kan begeleiden en laten ingrijpen bij onverwachte situaties. Ouders hebben geleerd om bloedglucoses te prikken en insuline toe te dienen en zijn deskundig omtrent de technieken die bij de leerling gebruikt worden. Ouders kunnen dus, eventueel met zorgverleners, een aantal handelingen met de aspirant zorgverleners doornemen en oefenen. Zo bent u goed voorbereid. Als uw kind met een hyper of hypo opgestaan is, is het belangrijk extra op te letten door bijvoorbeeld extra bloedglucose te (laten) prikken.

Diabeteshulpmiddelen

Ouders zijn verantwoordelijk voor de aanwezigheid van diabeteshulpmiddelen op school. Wat dient uw kind met diabetes dagelijks bij zich te hebben?

  • Dextrotabletten/ limonadesiroop met suiker;
  • Apart verpakte, langer houdbare snack met koolhydraten (of op opvang/ school in trommel);
  • Bloedglucosemeter met voldoende teststrips;
  • Insulinepen met snelwerkende insuline;
  • Identiteitskaartje insulinegebruik, SOS plaatje.
 

Realisatie website: Joomla!Partner - Joomla! content management specialisten - en insiteout.com